3 minutes reading time (588 words)

Een Kritische Breinonderzoek

151

Het onderzoek van Lot Verburgh wordt veelal aangehaald in mijn blogs. Haar onderzoek geeft een heldere blik over het brein van een jeugdvoetbaltalent. Echter er is ook kritische geluid uit wetenschapsland op haar conclusies…  

Voor mijn blogs probeer ik zoveel mogelijk wetenschappelijke artikelen te lezen en dit weer te vertalen naar de dagelijkse praktijk. Vele wetenschappelijke studies heb ik inmiddels gelezen over het brein van een topsporter en dan met name profvoetballers of talentvolle voetballers. Ook in deze blog probeer ik een samenvatting te geven van het wetenschappelijk onderzoek: Selected Cognitive Abilities in Elite Youth Soccer Players. Dit onderzoek is uitgevoerd door Veronika Balákova, Petr Boschek en Lucie Skalikova aan de Charles University in Praag. 

Volgens de bovenstaande onderzoekers kan Cognitieve expertise ook wel verdeeld worden in twee domeinen namelijk: Tactische kennis over het spelletje en de mate waarin een speler dit ook daadwerkelijk kan uitvoeren in het veld. Daarnaast moeten spelers ook in staat zijn om te anticiperen in steeds wisselende situaties. Deze eigenschappen zijn ook terug te vinden in de Differentiated Model of Giftedness and Talent (DMGT). Dit model is door wetenschapper Gagné samengesteld en hij concludeert dat talent afhankelijk is van verschillende factoren. In het onderzoek naar de DMGT benoemt hij de volgende formule voor talent: Talent = aanleg x (persoonlijke katalysatoren + omgevingskatalysatoren + kansen). Volgens Gagné is talent dus niet aangeboren maar te ontwikkelen. Iedereen kan 'talent' zijn, afhankelijk van aanleg en motivatie. 

Even weer terug naar het onderzoek van Balákova. De centrale vraag in het onderzoek is of er een relatie is tussen talent en de resultaten op de Vienna Test System. Om dit te onderzoeken zijn er 91 voetballertalenten geselecteerd. 26 van deze spelers spelen bij Viktoria Plzen, 26 bij Dukla Praha, 22 Spelers bij Slavia Prah en de overige 19 spelers Bohemians. Al deze 13 jarige spelers werden vervolgens opgedeeld in twee groepen: Getalenteerd en minder getalenteerd. Om dit te bepalen hebben 40 UEFA-A en UEFA-B coaches een vragenlijst (The Talent Questionnaire) ingevuld over de 91 voetbaltalenten. Vervolgens zijn al deze talenten getest met behulp van de Vienna Test System. Deze Neuropsychologische testen meet verschillende eigenschappen van het brein zoals, Reactie tijd, Motorsnelheid, visuele werkgeheugen en perceptie. In totaal werden er 7 testen afgenomen die omstreeks 50 minuten duurde. Vervolgens werd er gekeken of er een correlatie was tussen de groep die als getalenteerd omschreven was en de 7 testen van de Vienna Test System. Uit de resultaten blijkt dat er slechts 1 variabel is waarbij talenten beter scoren namelijk: Movement anticipation (p=0.019). 

Al samenvattend kan er gezegd worden dat toptalenten beter zijn in het anticiperen van In verschillende spelsituaties. Dit is de enige breineigenschap waarbij een correlatie gevonden is. Deze conclusies liggen niet in lijn met die van Lot Verburgh waarbij talenten wel beter scoren op verschillende brein eigenschappen (Motorinhibitie, aandacht). Echter er zijn nog wel wat gebreken aan deze studie. Zo vergelijkt Verburgh toptalenten die dagelijks op het veld staan met amateur spelers. In de studie van Balákova wordt er een onderscheid gemaakt in de groep van toptalenten middels een enquête onder trainers. Elke trainer heeft misschien een andere kijk op talent, waardoor er in mijn optiek niet een goeie groep geselecteerd kan worden. Daarnaast zal het verschil tussen de talenten en niet talenten uit het onderzoek van Balákova een stuk kleiner zal als die in het onderzoek van Verburgh. Kortom de data die verzameld is zeer interessant, echter deze kan op een veel nuttigere manier gebruikt worden in mijn optiek… 

Klik hier voor de studie

Gamification, een Trigger voor het brein..
Dit is de Relatie tussen Cognitieve functies en Vo...