3 minutes reading time (555 words)

Cognitie en (prof)voetballers

60

In 2012 heeft de Zweedse onderzoeker Vestberg onderzoek gedaan naar de rol van Executieve Functies bij (prof) voetballers. Zijn bevindingen zijn ook de basis geweest voor het onderzoek dat is uitgevoerd bij MVV. Maar wat heeft hij nu precies onderzocht? En wat zijn nu de conclusies van zijn onderzoek? Nieuwsgierig? Lees meer… 

 De meeste sportstudies zijn vooral gefocust op de fysiologische eigenschappen van (prof)voetballers. Denk hierbij aan lengte, gewicht, snelheid en uithoudingsvermogen. In de afgelopen 20 jaar is er ook meer aandacht gekomen voor de cognitie van voetballers. Hierbij gaat het dan vooral om beslissingsvaardigheden, herkennen van patronen en visueel anticiperen. In de volksmond wordt dit ook wel 'spelintelligentie' genoemd. Er is ook een relatie aangetoond tussen succesvolle sportprestaties bij jonge voetballers en cognitieve creativiteit.

Dit is in het kort het theoretische kader wat Vestberg in zijn artikel omschrijft. Maar zijn er nu betekenisvolle (=significante) verschillen tussen "prof" voetballers en "amateur" voetballers als het gaat om Executieve Functies? Dit is de centrale vraag die hij probeert te beantwoorden in zijn onderzoek. Vestberg splitst zijn onderzoek op in twee delen. In het eerste deel van het onderzoek bekijkt Vestberg of er significante verschillen zijn in Executieve Functies tussen prof- en amateurvoetballers, deze resultaten worden ook vergeleken met de 'normale' bevolkingsgroep. In het tweede deel worden resultaten van de Executieve Functie testen vergeleken met het aantal doelpunten en het aantal assists.

Om dit te onderzoeken zijn er 57 mannelijke en 26 vrouwelijke (prof)voetballers geselecteerd. Hiervan spelen 14 mannelijke en 15 vrouwelijke voetballers in de hoogste Zweedse competitie. In de tabel hieronder worden de participanten beschreven;

 Doormiddel van de D-KEFS worden de Executieve Functies gemeten. Deze test onderzoekt aspecten als creativiteit, inhibitie en cognitieve flexibiliteit. Dit onderzoek is gedaan in de herfst van 2007. In het tweede deel van het onderzoek wordt er ook gekeken naar de statistieken (Doelpunten en Assists). Dit werd per speler bijgehouden vanaf januari 2008 tot en met mei 2010.

De resultaten van de D-KEFS worden in de onderstaande grafiek weergegeven. Voetballers (mannen en vrouwen) die op een hoger niveau voetballen (HD) scoren significant hoger op de executieve testen in vergelijking met voetballers die lager voetballen (LD). Een andere interessante bevinding is dat beide groepen (HD en LD) hoger scoren dan de standaard groep.

Vestberg suggereert dat er ook een causaal verband is tussen executieve functies en de voetbalprestaties welke gemeten is in doelpunten en aantal assists. Al samenvattend zegt Vestberg dat toekomstig succes voorspelt kan worden aan de hand van de Executieve Functie vaardigheden. Hiermee wordt ook een duidelijk advies gegeven voor (prof)clubs om spelers niet alleen te selecteren op psychologische & fysiologische eigenschappen maar ook op Executieve Functies.

In mijn optiek is dit artikel meer een pilot voor nieuwe onderzoeken. Vestberg vergelijkt Executieve Functies met doelpunten en assists. Dit zijn statistieken die gemakkelijk te verkrijgen zijn, maar in mijn ogen niet altijd betrouwbaar. Aanvallers en middenvelders maken over het algemeen de doelpunten, terwijl verdedigers ook een belangrijke rol in het elftal hebben. Iedere speler heeft weer een andere taak in het veld. Dit maakt het dan ook ontzettend lastig om specifiek aan te geven welke executieve functies je nodig hebt op een bepaald moment in de wedstrijd. Mijn conclusie is daarom ook dat Vestberg met dit artikel een nieuwe deur heeft geopend op een gebied waar nog veel te onderzoeken valt en niet alleen binnen het voetbal…

Ooggymnastiek
Test je werkgeheugen