3 minutes reading time (689 words)

Dit is de Relatie tussen Cognitieve functies en Voetbalvaardigheden

150

Hoe verhouden breinfuncties zich ten opzichte van bijvoorbeeld het hooghouden van de bal? Deze relatie is onderzocht in een gloednieuw Duits onderzoek dat in april 2019 is gepubliceerd.  

Breinonderzoek in sport is altijd zeer interessant. Vaak worden topsporters getest aan de hand van een breinscan of krijgen een neuropsychologische test. Vestberg en Verburgh zijn wel de pioniers als het gaat om hersenonderzoek bij sporters en dan met name voetballers. Bij deze onderzoeken wordt vaak het huidige prestatieniveau vergeleken met de resultaten op de neuropsychologische test. Maar er zijn nog geen studies die deze resultaten koppelen aan sport specifieke motor skills. Dus wat zegt bijvoorbeeld het werkgeheugen over balvaardigheid of dribbelen? Onderzoekers aan de universiteit van Köln hebben als eerste hier een wetenschappelijke studie van gemaakt.

Motorische controle, perceptie en cognitief functioneren zijn erg belangrijk voor teamsporters. Deze vaak wat basistermen komen elke keer weer terug in de introductie van een onderzoek. Vervolgens worden deze wat verder uitgelegd en gespecificeerd middels het werk van collega wetenschappers. In het recente onderzoek van Hans Erik Scharfen en Daniel Memmert worden de bekende studies van Vestberg en Verburgh aangehaald. Vestberg suggereert dat er ook een causaal verband is tussen executieve functies en de voetbalprestaties welke gemeten is in doelpunten en aantal assists. Verbrugh stelt dat top voetbaltalenten significant beter scoren op 'motor inhibitie' (Uitstellen van keuzes). Op vlakken als reactiesnelheid en geheugen scoren de profvoetballers bovengemiddeld maar niet significant. Hier tegenover staat het onderzoek van Balakova et al 2015 die geen verschillen vond tussen getalenteerde en niet getalenteerde jeugdvoetballers (N-91) op het gebied van visueel werkgeheugen, reactie snelheid en aandacht. Echter op het gebied van anticiperen op bewegingen blijken toptalenten zich wel te onderscheiden, later meer over dit kritische onderzoek.

Hans Erik Scharfen en Daniel Memmert hebben 19 jeugdtalenten van een Duitse profopleiding bestudeerd(Gemiddeld 12,72 jaar oud, SD=0,45). Om de breinkwaliteiten in beeld te krijgen hebben de onderzoekers gekozen voor de volgende neuropsychologische testen: Attention Window task, Working memory span test, Perceptual load test, the motion object tracking test. Daarnaast zijn er verschillende motor performance testen afgenomen die de voetbalkwaliteiten in beeld hebben gebracht. Dit zijn de 10 en 20 meter sprint test, de slalom test, dribbeltest, bal controle test (passing test), hooghouden. Vervolgens zijn alle scores geanalyseerd met SPSS.

De resultaten van het onderzoek staan in het onderstaande tabel:

Al samenvattend wordt gesteld dat er een positieve correlatie is tussen de Attention Window Task en de dribbelkwaliteiten van een speler. Vervolgens is er ook een positieve correlatie gevonden tussen de resultaten op de werkgeheugen taak en het dribbelen, balcontrole en hooghouden. Volgens onderzoekers kan deze correlatie verklaard worden omdat voetballers tijdens de wedstrijden meervoudige informatie moet verwerken (Omgeving, tegenstander, bal).

Verder zijn er geen noemenswaardige resultaten gevonden in deze studie. Want als alle resultaten bij elkaar opgeteld en vergeleken worden kan er geconcludeerd dat er geen significantie is tussen alle breinfuncties en motorfuncties (0.614). Neem bijvoorbeeld Inhibitie dat ook een testonderdeel is in deze studie. Verburgh geeft aan dat dit een belangrijk onderdeel is van een toptalent, terwijl onderzoekers uit deze studie geen link kunnen vinden. Dit heeft volgens de onderzoekers ook te maken met de veldtest keuzes. De voetbaltesten zijn veelal geïsoleerde oefenvormen. Bij o.a inhibitie moet een voetballer keuzes remmen, een verdediger of snel wisselende oefeningen (SMARTGOALS) zijn hiervoor nodig om dit te meten. Dit wordt ook genoemd als een limitatie van het onderzoek. De wetenschappers stellen dat ze slechts een klein spectrum hebben gemeten uit de complexe voetbalsport.

Persoonlijk ben ik erg enthousiast over het onderzoek van Hans Erik Scharfen en Daniel Memmert. Dit is de eerste studie die een transfer maakt tussen de wetenschappelijke testen en het veld. Iets wat in mijn optiek een geweldige uitdaging is. Daarnaast ben ik het ook eens met de conclusie dat er een volgende stap gemaakt moet worden. Deze stap is het onderzoeken van kleine partijspelletjes tot wedstrijden. Want een 10 of 20 meter sprint test is inderdaad makkelijk te meten maar heb je hier echt je denkvermogen voor nodig? Al met al een mooie eerste aanzet naar de transfer van de wetenschap naar het veld!

Download hier het onderzoek..

Een Kritische Breinonderzoek
Het effect van Positivisme op het brein!