6 minutes reading time (1238 words)

Dit is de wetenschap achter Agility

220

Ladders, hoepels, palen of poppen zijn allemaal veelgebruikte attributen die tegenwoordig niet meer weg te denken zijn uit de voetbaltraining. Maar wat heeft dit te doen met Agility? 

Ladders, hoepels, palen of poppen zijn allemaal veelgebruikte attributen die tegenwoordig niet meer weg te denken zijn uit de voetbaltraining. Meestal worden ze ingezet als verlengde van de warming up of tijdens pass- en trapvormen. Onder de noemer van 'coördinatie training' zijn de ladders en gekleurde pionnen erg populair. Met gecompliceerde voetbalbewegingen gaan de spelers vaak vrolijk door de ladders. Dit alles met het idee dat spelers 'lichtvoetiger' worden en sneller van richting kunnen veranderen in de wedstrijd. Maar zijn ladders wel zo effectief en wat zijn de 'leukere' alternatieven?

Laten we het verhaal beginnen waar het allemaal om draait, namelijk voetballen! Kinderen en volwassen beginnen met deze populaire sport omdat ze het leuk vinden om in teamverband met een bal tot scoren te komen. Dit in de reguliere wedstrijden, partijtjes in de training of met vrienden op straat. En om dit het beste aan te leren zegt de KNVB dan ook terecht: Spelers leren voetballen door te voetballen. Hoe kleiner het verschil tussen de situatie van de training en die van de wedstrijd, hoe groter de kans dat spelers het geleerde ook toepassen in de wedstrijd. Het idee dat er 'echt' wordt gevoetbald motiveert ze. Spelers leren voetballen het beste in vereenvoudigde spelsituaties (KNVB, 2021). In de hedendaagse voetbalcultuur zijn er vele visies over het laatstgenoemde. Neem bijvoorbeeld de 'Coerver' methode die juist aandacht schenkt aan het vereenvoudigen van verschillende bewegingen. De ladders en de geïsoleerde bewegingen vallen hier ook onder. Vanuit de wetenschap is hierover veel geschreven en veelgebruikte term die steeds weer terug komt is Agility. Maar wat houdt deze term nu precies in en wat is het verband met voetballen?

Er zijn verschillende wetenschappelijk studies gedaan naar wat Agility precies is en hoe dit te trainen is. Om eerst maar eens te beginnen met het woord Agility. Er zijn verschillende visies en inzichten over wat dit woord nu precies inhoudt. Agility is klassiek gedefinieerd als simpelweg het vermogen om snel en nauwkeurig van richting te veranderen (Barrow & McGee, 1971; Bloomfield, Ackland, & Elliot, 1994; Clarke, 1959; Mathews, 1973, Johnson & Nelson, 1969). Het vermogen om van richting te veranderen is in veel teamsporten van belang. Wetenschapper Chelladurai publiceerde in 1976 een studie waarbij hij deze veranderingen is gaan kwalificeren. Deze kwalificatie van Agility is opgedeeld van eenvoudige sportsituaties tot zeer complexe situaties. Bekijk hier de volledige kwalificatie van Agility volgens Chelladurari:

Zoals je in de bovenstaande tabel kunt lezen zijn er volgens Chelladurai verschillende gradaties van Agility. In zijn visie heeft elke sporter te maken met bepaalde moeilijkheidsgraad of weerstanden. De sportkeuze (en het niveau) is in dit geval van invloed hoe snel en nauwkeurig de atleet zijn lichaam moet veranderen. Deze visie geeft een overzichtelijk beeld hoe Aglity geïnterpreteerd kan worden in verschillende sporten. Het zegt echter niks wat er concreet in het lichaam gebeurt tijdens bijvoorbeeld een voetbalwedstrijd. Onderzoekers Young, James en Montgomery publiceerden in 2002 een verhelderende diagram waarin dit werd geïllustreerd. Agility kan volgens de onderzoekers in twee hoofdcomponenten worden verdeeld namelijk: Het veranderen van richting en snelheid en perceptuele- beslissingsfactoren. Zie hieronder het uitgewerkte figuur volgens Young et al., 2002:

Een oplettende lezer zal direct het verschil opmerken tussen het bovenstaande plaatje en de tabel van Chelladurari. Het grote verschil is dat perceptuele en beslissingsvaardigheden in mindere mate toepasbaar is in de eerste twee regels van de tabel die Chelladurari omschrijft. Zo veranderen hardlopers van richting die 'voorgeprogrammeerd' is, dit wordt in de wetenschap ook wel 'Closed' skills genoemd. Hier tegenover staan de 'Open skill' sporten als voetbal of andere teamsporten. Een voetballer zal zijn sprint altijd aanpassen aande omgeving (Tegenstanders en medespelers). Om dit succesvol te doen zal hij of zij dus de omgeving moeten scannen, anticiperen, patronen herkennen en inschatten wat de situatie precies nodig heeft. Voor deze nadenk taak wordt vaak het samenvattende woord Cognitie gebruikt. Dit laatste is het grote verschil tussen 'Open' en 'Closed' Skill sporten. Om die reden definiëren onderzoekers Agility als: "Een snelle beweging van het hele lichaam met verandering van snelheid of richting als reactie op een stimulu" (Sheppard, 2003). Voor voetbal betekent Agility dus dat een speler snel accelereert of vertraagt om een tegenstander te ontwijken, deze actie is niet vooraf gepland maar beïnvloed door tegenstanders (Stimuli) (Baechle, 1994; Chelladurai, 1976; Draper & Lancaster, 1985; Johnson & Nelson, 1969; Semenick, 1990). Onderzoekers Sheppard en Young beschrijven de volgende eisen aan Agility:

Met deze kennis in het achterhoofd gaan we even weer terug naar de praktijk. Zoals in de introductie al gezegd is, zijn er vele trainers en coaches die gebruik maken van ladders of andere methodieken om spelers bijvoorbeeld lichtvoetiger te maken. Ook als je het woord 'Agility Voetbal' Googlet worden al deze producten getoond. Het probleem met deze trainingsmethode is dat er slechts een subonderdeel getraind wordt volgens het figuur van Young. Het gaat hierbij dan alleen om 'Het veranderen van richting en snelheid' zonder nadenk of cognitief element. Terwijl dit voor het nadenken en het reageren op omstandigheden belangrijk is voor voetballers.

Aan de hand van wat je net allemaal gelezen hebt zal je snel de conclusie kunnen trekken dat ladders en vergelijkbare producten onzin is. Dit is natuurlijk niet helemaal waar, want lichtvoetigheid is zeker belangrijk voor voetballers maar als je Agility wilt trainen is toch meer nodig. Voetbal blijft een sport waarbij spelers het lichaam continu moeten aanpassen aan omstandigheden. Hierbij blijft het continu: visueel scannen, anticiperen, patronen herkennen en inschatten wat de situatie precies nodig heeft. De KNVB onderschrijft dit ook in zijn visie: Hoe kleiner het verschil tussen de situatie van de training en die van de wedstrijd, hoe groter de kans dat spelers het geleerde ook toepassen in de wedstrijd.

Misschien klinkt alles best abstract en wetenschappelijk echter Agility komt vaker voor dan je waarschijnlijk denkt. Denk maar eens aan tikkertje of andere leuke spelletjes die kinderen op straat spelen. Maar ook in het bewegingsonderwijs wordt er onbewust veel met Agility gedaan. Ook op de voetbalvelden zie je vele leuke Agility oefeningen voorbij komen. Dit kunnen simpele reactie – sprintspelletjes zijn, met of zonder bal. 

In een toekomstige blog zal ik verder op deze 'spelletjes' ingaan. Bekijk hieronder ook het inhoudelijke filmpje van de bovenstaande theorie:

Literatuur

Barrow, H., & McGee, R. (1971). A practical approach to measure ment in physical education. Philadelphia, PA: Lea & Febiger.

Bloomfield, J., Ackland, T. R., & Elliot, B. C. (1994). Applied anatomy and biomechanics in sport. Melbourne, VIC: Blackwell Scientific.

Clarke, H. E. (1959). Application of measurement to health and physical education. Englewood Cliffs, NJ: Prentice Hall.

Chelladurai, P. (1976). Manifestations of agility. Canadian Associa tion of Health, Physical Education, and Recreation, 42, 36 41.

https://www.knvb.nl/assist/de-inhoud-voetbal/het-geven-van-training

Mathews, D. K. (1973). Measurements in physical education. Philadelphia, PA: W. B. Saunders

Sheppard, J. (2003). Strength and conditioning exercise selection in speed development. Strength and Conditioning Journal, 25(4), 26 30.

Sheppard, Jeremy & Young, Warren. (2006). Agility Literature Review: Classifications, Training and Testing. Journal of sports sciences. 24. 919-32. 10.1080/02640410500457109.

Young, W. B., James, R., & Montgomery, I. (2002). Is muscle power related to running speed with changes of direction? Journal of Sports Medicine and Physical Fitness, 43, 282 288 

Ontdek de 'Working Memory Field Test'
Lees hier welke hersendelen betrokken zijn bij een...
 

Reacties

Er zijn nog geen reacties gegeven. Wees de eerste die een reactie geeft
Gast
woensdag 08 december 2021

Captcha afbeelding

By accepting you will be accessing a service provided by a third-party external to https://sportbrein.com/