5 minutes reading time (1011 words)

Één keer raken in Voetbal, het Brein en Wetenschap.

195

Het in één keer spelen van de bal is als kijkspel een genot om te zien, maar is ook ontzettend moeilijk.  Lees hier meer over de wetenschappelijke studie naar één keer raken voetbal door Alain Lemoine.

Barcelona speelde in de topjaren onder Guardiola het perfecte één keer raken voetbal. De speelwijze was zeer eenvoudig namelijk dat spelers bij momenten de bal maar één keer raken. Het spel wordt sneller, de tegenstander jaagt vergeefs de bal achterna. Met spelers als Xavi, Iniesta en Messi, die dit als geen ander konden, was het dan ook een genot om naar te kijken. Bekijk hieronder de onderstaande video nog maar eens:

Als je de video bekijkt lijkt voetbal zo makkelijk, maar het is ongelooflijk moeilijk. Dit onderstreept Julian Nagelsmann ook in het interview met De Correspondent. 'Het ziet er mooi uit,' zegt Nagelsmann, 'maar voor de meeste ploegen werkt het eigenlijk niet. Eén keer raken is moeilijk. Het is snel, maar het leidt ook vaak tot balverlies. Zo gaan kansen verloren.' 'En het is onnodig. Als je veel aanvallen op video bekijkt, is het maar zelden vertragend als je de bal eerst controleert en dan passt. Ik verbied one-touch niet. Maar twee of drie keer raken is meestal beter. Maar klopt het wat Nagelsmann zegt? Onderzoeker Alain Lemoine (Universiteit van Le Bailly, Frankrijk) heeft een wetenschappelijk studie over dit onderwerp geschreven namelijk: Technical and tactical analysis of one-touch playing in soccer - Study of the production of information.

Het doel van deze studie was om te kijken hoe effectief de one-touch playing (OTP)strategie is. Om de principes van OTP beter te begrijpen, bekijkt Alain en zijn collega's naar hoe de speler omgaat met de ruimtelijke informatie. Dus hoe bewegen de aanvallers in de ruimte om zo in balbezit te blijven en te scoren. Daarnaast wordt er gekeken hoe de verdediging hierop reageert. 40 mannelijke voetballers (leeftijd: 19,9 ± 2,0 jaar) namen deel aan dit onderzoek. Hun speelervaring en hun bekwaamheid varieerden van provinciaal tot semi-professioneel. De spelers hadden geen specifieke training op het gebied van één keer raken. De inhoud van het experiment werd pas onthuld toen de spelers het veld bereikten. Alle spelers waren vrijwilligers en gemotiveerd voor dit experiment. De wedstrijd betrof twee teams van elk 5 spelers inclusief een keeper. Het veld was 50 x 25 meter. Een wedstrijdje duurde 4 minuten. Tijdens het experiment speelde slechts één team one-touch tegen een ander team, dat zonder enige beperking speelde. Alle wedstrijden werden opgenomen om naderhand alles te analyseren.

Zoals Nagelsmann ook aangeeft vraag één keer raken veel van de spelers. Naast dat de speler technisch vaardig moet zijn zal hij of zij ook de informatie snel moeten verwerken in het brein. Zowel met als zonder bal. De snelheid waarmee informatie wordt verwerkt in het brein wordt beïnvloed door de neurotransmitters in de hersenen, door de vettige laag die de neuronen bedekt waardoor de snelheid van de overdracht van informatie vergroot kan worden, door de grootte van de synapische spleten (Waarbij grotere spleten de informatieverwerking vertragen), door de organisatie van neurale netwerken en door de efficiëntie van de frontale kwabben (Executieve vaardigheden) (Braaten,2015).

Even weer terug naar het onderzoek van Alain Lemoine. Elke wedstrijd werd aan de hand van de beelden geanalyseerd. Alle acties werden ontleed in data, dat men weer heeft ingevoerd in speciale software. Hieruit kwam o.a de volgende figuur

Deze diagram heeft wel enige uitleg nodig om het te begrijpen. Het is een schematische weergave van de verschillende posities op het veld gedurende een pass moment. De T0,T1,T2 en T3 staan voor de verschillende pass momenten richting de goal. De grijze ovale vlakken staat voor de omvang waar de verdedigers allemaal hebben gelopen. De stippellijn staat voor de gemiddelde posities van de verdedigende spelers. De witte ovale vlakken staan voor de posities van de aanvallers. De donkere lijn staat voor de gemiddelde posities. Wat je uit dit plaatje kan halen is dat de posities van het aanvallende team niet veel veranderen. In T2 en T1 is te zien dat aanvallers toch iets anders van elkaar bewegen. Dit is te zien aan de lijn die iets schuin loopt. De gemiddelde posities van de aanvallers zijn iets veranderd. Logisch ook aangezien spelers toch vrij moeten komen van de tegenstander. Bij het verdedigende team verandert de hoofdas, waarbij ze in T3 "in een blok" staan. Op dat moment zijn de verdedigers "in de achtervolging" en ze kunnen niet efficiënt spelen aldus Alain Lemoine. Uit o.a deze resultaten concludeerden de onderzoekers dat één keer raken efficiënt, betrouwbaar en veilig is.

Het onderzoek van Alain Lemoine was best pittig om te doorgronden. Persoonlijk zoek ik nog erg naar de praktische aanbeveling van zijn onderzoek. De onderzoekers hebben alleen de succesvolle passes geteld. Dan is de conclusie dat één keer raken efficiënt is niet heel verwonderlijk te noemen. Maar hoeveel technische fouten zijn er nu gemaakt? En hoe verhoudt zich dat ten opzichte van de momenten dat één keer raken wel succesvol was? Dit was precies het punt dat Nagelsmann probeert te maken. Helaas halen we dit niet uit het onderzoek van Lemoine. Dit onderzoek is in 2005 gepubliceerd, en de techniek omtrent data is enorm toegenomen. Grote kans dat tussen deze data een percentage zit hoe succesvol één keer raken daadwerkelijk is. Een belangrijke bevinding om te onthouden is dat er niet maar één breinfunctie is aan te wijzen als het gaat om verwerkingssnelheid. Dit is afhankelijk van meerdere factoren. Ben je een trainer die gelooft in veel één keer raken dan kan dit onderzoek je ondersteunen in onderbouwing van je visie. Nogmaals het onderzoek van Alain Lemoine heeft mij niet echt overtuigd. Later meer over hoe verwerkingssnelheid te verbeteren is in voetbalspecifieke situaties..

Bronnen:

A. Lemoine, H. Jullien & S. Ahmaidi (2005) Technical and tactical analysis of one-touch playing in soccer - Study of the production of information., International Journal of Performance Analysis in Sport, 5:1, 83-103, DOI: 10.1080/24748668.2005.11868318

Braaten, E., & Willoughby, B. (2015). Ik snap het wel, maar niet zo snel... (1ste editie). Göttingen, Duitsland: Hogrefe.

https://decorrespondent.nl/5213/zeven-voetballessen-van-julian-nagelsmann-de-jongste-duitse-trainer-ooit/460350464145-0f8663af


De Nieuwste Versie van de Footbonaut: Skills.lab
Waarom onze obsessie voor ‘Happy Ending’ kan leide...
 

By accepting you will be accessing a service provided by a third-party external to https://sportbrein.com/