3 minutes reading time (688 words)

Hoe goed is het Brein van een Toptalent?

12

 Sportbrein laat zich inspireren door de wetenschap hoe de hersenen van (top) sporters leren en presteren. Zo heeft de Nederlandse onderzoeker Lot Verburgh wetenschappelijk onderzoek gedaan naar executieve functies en voetbalprestaties bij jeugdvoetballers op het allerhoogste niveau.

Executieve functies kunnen ook wel omschreven worden als uitvoerende controlefuncties. Dankzij deze functies zijn wij mensen in staat om te plannen, strategieën te bedenken, te starten met een taak, efficiënt te reageren op problemen en veranderingen, impulsen te beheersen en het einddoel in de gaten houden. De executieve functies bevinden zich voor in de hersenen, wat in vakjargon ook wel de frontale kwab genoemd wordt. De Zweedse onderzoeker Vestberg is een voorloper in onderzoek naar executieve functies in relatie met sportprestaties. Zo is gebleken dat executieve functies belangrijk zijn voor voetballers en het kan zelfs het toekomstige succes voorspellen (Aldus Vestberg). Dit onderzoek concludeert dat voetballers die op het hoogste niveau spelen beschikken ook over betere executieve functies in vergelijking met spelers die op een lager niveau uitkomen.

Maar nu even terug naar het promotieonderzoek van Lot Verburgh. In haar onderzoek focust Verburgh op drie belangrijke onderdelen van het executieve systeem namelijk: Motor Inhibitie, Aandacht en het Visuele Werkgeheugen. Bij sporten als voetbal, hockey of basketbal gebeurt er veel in een korte periode. Zo is het spel dynamische en vinden er veel veranderingen plaats waar een speler mee moet omgaan. Hierdoor moeten sporters dan ook snelle keuzes maken. Maar soms moet de gemaakte keuze ook weer geremd worden doordat de situatie alweer veranderd is. Het tegenhouden-uitstellen van impulsen of keuzes wordt ook wel Inhibitie genoemd. Hiernaast moet een teamsporter continue de Aandacht vasthouden bij het samenwerken met teamgenoten, maar ook bij het anticiperen op zowel teamgenoten, de tegenstander als de bal. Als laatste focust Verburgh zich op het Visuele Werkgeheugen. Het werkgeheugen wordt veelvuldig in het dagelijks leven ingezet. Dank maar aan het onthouden van je afspraak, boodschappenlijstje in je hoofd, maar ook meerdere opdrachten onthouden en uitvoeren. Dit systeem heeft een beperkte capaciteit, dat informatie tijdelijk opslaat en verwerkt. Er is veel onderzoek gedaan naar het werkgeheugen. Baddeley (1992) heeft het werkgeheugenmodel ontwikkeld. Het belangrijkste uit dit model zijn het visueel-ruimtelijk werkgeheugen en het verbaal werkgeheugen. In het visuele werkgeheugen vindt het proces plaats waarbij het onthouden én bewerken van de vorm of kleur van dingen, maar ook de locatie ervan, het plannen en overzicht behouden, van belang is. Terwijl het verbaal werkgeheugen verantwoordelijk is voor het proces van instructies onthouden.

Aan het onderzoek van Verburgh hebben 48 hoog getalenteerde voetbalspelers meegewerkt (gemiddelde leeftijd: 11;9 jaar). De vergelijkingsgroep bestond uit 42 amateurvoetballers met gemiddelde leeftijd van 11;8 jaar. Om te onderzoeken wat het verschil is bij Motor Inhibitie is er gekozen voor de 'Stop Signaal taak'. Bij het visuele werkgeheugen is er gekozen voor de adaptieve versie van taken, ontwikkeld door Berman-Nutley. De laatste test die gebruikt is, is de 'Attention Netwerk Test', deze meet de alertheid en oriënterende aandacht van een speler. De resultaten uit het onderzoek zijn wisselend en een significante verschil is gevonden op 'motor inhibitie'. Verburgh zegt hierover tegen Sportknowhowxl: "Toptalenten zijn met name beter in staat hun motoriek snel aan te passen. Dat kan van cruciale betekenis zijn. Als er plotseling toch een speler van de tegenpartij opduikt, moet je anders bewegen en denken dan eerder gedacht. Die aanpassing van gedrag op het allerlaatste moment kan van voetballers echte toppers maken.". Op vlakken als reactiesnelheid en geheugen scoren de profvoetballers bovengemiddeld maar niet significant.

Naast het onderzoek van Vestberg is dit een goede toevoeging. Bij Vestberg draaide het vooral om volwassenen terwijl Verburgh zich echt heeft gericht op jonge talenten. In haar advies schetst ze ook kansen voor de toekomst. Om goed het effect van executieve functies in beeld te brengen zullen de spelers over een lange periode gevolgd moeten worden. Dit onderzoek is uitgevoerd bij jeugdvoetballers, in haar onderzoek maakt ze ook een vergelijking met andere teamsporten als Hockey, Basketball, Rugby of Volleybal. Dit zijn namelijk ook sporten waar spelers moeten dealen met snel wisselende situaties. Later meer over hoe een trainer/coach aan het werk kan met deze informatie.

Bekijk de zeer verhelderende uitleg over dit onderzoek: 

Kijk door de ogen van een profvoetballer….
Dynavision D2