4 minutes reading time (746 words)

Oefenstof ‘Omdenken’

54

Als we het onderzoek van Terry Mc Morris mogen geloven is het een aanrader om oefenstof te gaan 'omdenken'. Oefeningen voor een betere voetbaltechniek aan het einde van de training in plaats van in het begin....

 In Nederland is er al enkele jaren een discussie gaande over de toekomst van het Nederlands voetbal. En dan gaat het vooral over de manier waarop we onze jeugdvoetballers opleiden. Ruben Jongkind heeft een betoog geschreven waarin hij serieuze vraagtekens zet bij onze manier van opleiden. In zijn visie staat de individuele speler centraal gedurende de jeugdopleiding en niet het teamproces (Klik hier voor zijn artikel). Met zijn stelling ben ik het volkomen eens, het is alleen essentieel om te weten welke eigenschappen een jeugdvoetballer bezit, zodat trainers/coaches gericht op kunnen trainen. In dit artikel wil ik verder inzoomen op de rol van cognitie bij jeugdvoetballers en hierbij het 'omdenken' in oefenstof.

Wetenschappelijk onderzoek is in mijn optiek hierin van groot belang. Onderzoekers analyseren en proberen te verklaren welke facetten belangrijk zijn om zo goed mogelijk te kunnen presteren. Echter het grote deel van (jeugd)trainers zijn niet op de hoogte van deze onderzoeken. Het zijn dan vaak specialisten, zoals een sportpsycholoog of sportfysioloog die de vertaalslag maken naar de praktijk. Het is ook logisch, deze specialisten hebben een genormeerde opleiding gevolgd in hun vakgebied. Helaas heeft niet elke club dit soort specialisme in huis om talenten optimaal te kunnen begeleiden. Gelukkig wordt er veelal in de vakliteratuur gerefereerd aan feiten en kennis die in de praktijk toegepast kunnen worden. Zo heeft Unnithan in 2012 onderzoek gedaan naar voetbaltalent. Hij omschrijft vier kwadranten die toekomstig succes kunnen voorspellen: dit zijn psychologische voorspellers en perceptuele-cognitieve vaardigheden, sociologische factoren, fysieke voorspellers en fysiologische voorspellers. Voor meer informatie en zijn artikel zie hieronder in de prezi presentatie:

 Ik wil verder gaan inzoomen op de cognitieve vaardigheden van een voetbaltalent. Een opvallend onderzoek is gedaan door Terry Mc Morris en zijn collega's van University College Chichester in het Verenigd Koninkrijk. Zij onderzochten dat als sporters uitgeput waren, de prestaties van hun werkgeheugen kelderden. Het werkgeheugen is ook wel de 'dirigent' van je brein. Het zorgt ervoor dat alle informatie die je binnen krijgt op een dag (e-mails – WhatsApp berichten – mensen die tegen je praten –rekensommen maken) prioriteit kunt geven en dat je de informatie vast kunt houden waarmee je dan iets kunt doen. Onderzoek wijst uit dat jeugdspelers het beste nieuwe bewegingen kunnen aanleren zonder er over 'na te hoeven denken'. Het gaat dus om bewegingen 'ervaren'. Om ervoor te zorgen dat spelers 'niet na hoeven denken' over bewegingen zal het werkgeheugen zoveel mogelijk ontweken moeten worden.

In de praktijk zijn er verschillende visies als het gaat om jeugdvoetballers op te leiden. In vakjargon wordt er vaak gesproken over de 'Coerver' methode die zegt dat je bewegingen geïsoleerd moet aanleren zonder weerstand. Hiertegenover staat de KNVB die inzet op; "voetballen leer je door te voetballen". Deze gedachte komt voort uit het straatvoetballen waarbij kinderen zoveel mogelijk onder weerstand het spelletje zich leren eigen te maken. Tegenwoordig starten veel trainers bij de jongere jeugd als warming up vaak met 'Coerver' oefeningen, waarbij balbeheersing centraal staat. Vervolgens staan er verschillende partij/afwerk vormpjes op het programma om de training af te sluiten met het wel bekende 'partijtje'.

Als we het onderzoek van Terry Mc Morris mogen geloven is het dus een aanrader om oefenstof te gaan omdenken. Zijn conclusie is dat door vermoeidheid het werkgeheugen minder gaat werken. De toepassing hiervan kan dus zijn om de 'Coerver' oefenstof (geïsoleerde oefeningen) pas op het einde van de training te gaan doen. Doordat het werkgeheugen verminderd is op het einde van de training worden bewegingen 'ervaren' en het werkgeheugen omzeild. Dit seizoen ben ik trainer van de F-pupillen geweest, mijn trainingen bestonden grotendeels uit verschillende partijvormpjes. Op deze manier waren mijn spelers vermoeid rond het einde van de training. Tenslotte besteedde ik de laatste 10 minuten aan geïsoleerde technische oefeningen.

Al samenvattend is het vanuit wetenschappelijk oogpunt raadzaam om oefenstof te gaan omdenken. Er zit natuurlijk ook een andere kant aan het verhaal. In de praktijk vinden kinderen het eind 'partijtje' het leukste van de training, en zijn ze vaak niet gemotiveerd om soms de iets wat 'saaie' techniekoefeningen te gaan doen. Het is dus ook verstandig om deze trainingen af te wisselen met de 'normale' training. Dit is slechts een van de inzichten vanuit cognitief perspectief. Later meer over interessante onderzoeksbevindingen die trainers/ coaches verder kunnen helpen in de individuele begeleiding van spelers. 

Houd je Kop erbij
360s Benfica