3 minutes reading time (579 words)

Straatvoetbal een Cognitief spel

40

De beste voetballers uit het verleden en het heden zijn meestal begonnen met straatvoetbal. Vele uren met vriendjes na school op straat met vier jassen tot ze opgehaald worden door hun ouders. Uiteindelijk vallen deze spelers zaterdag op in het veld en krijgen ze gelegenheid om bij een BVO (Betaal Voetbal Organisatie) te mogen voetballen. Waar ze uiteindelijk doorgroeien tot de profs die ze zijn geweest of nog zijn. (Ook te lezen op www.goudenkansen.eu

Rinus Michels begint in zijn boek (Het voetballeerproces uit Teambuilding, als route naar succes) direct met de stelling dat straatvoetbal de basis is van voetbal succes. Zo omschrijft hij het als volgt: Bij straatvoetbal zie je nauwelijks dat jeugdspelers bezig zijn met geïsoleerde technische of tactische oefeningen. Een proces, waar geen volwassene aan te pas hoeft te komen. De team tactische beginselen leer je ook al spelenderwijs. Je medespeler, hoger in de straatshiërarchie, dwingt je daartoe.

Maar wat is nu het succes van straatvoetbal? Tuurlijk zijn het vaak de vele uren die kinderen doorbrengen op straat wat het verschil maakt. Wat mij heel erg interesseert is het proces in de hersenen van deze kinderen. Om deze vraag te beantwoorden ben ik de literatuur ingedoken om er een verklaring voor te vinden.

In 2011 heeft Tim Garbett onderzoek gedaan naar dual-task in Rugby. Dual-task wil zeggen dat sporters cognitieve en motorische taken tegelijk moeten uitvoeren. Bijvoorbeeld het hooghouden van een bal (motorische taak) en tegelijk de tafel van 4 opnoemen (Cognitieve taak). Lukt het om de bal in de lucht te houden? Dan heb dus niet je cognitie nodig voor je motorische taak. Even simpel gezegd; je hoeft dus niet na te denken over je beweging (Nieuwsgierig hoe dit werkt? Klik hier voor meer informatie). Dual task zegt dus iets over hoe 'geautomatiseerd' nu eigenlijk de basisbewegingen zijn. Deze geautomatiseerde bewegingen zijn vaak de basistechnieken, in voetbal zijn dit o.a de balcontrole en dribbelen. Voetballers die deze basistechnieken beheersen hoeven niet 'na te denken' over de beweging en hebben de cognitie om een strategie te formuleren wat ze met de bal gaan doen. De tijd en ruimte die voetballers hebben om een keuze te maken neemt vaak af bij het toenemen van het spelniveau.

Even weer terug naar het straatvoetbal, en wat dual-task hier mee te maken heeft. Kinderen spelen vaak in smalle straatjes of op pleintjes. De ruimte is vaak beperkt wat dus inhoudt dat de bal snel afgepakt kan worden. Hierdoor moeten deze kinderen constant een beroep doen op de cognitie om de juiste keuze te maken. Dus moet ik nu de bal spelen of een actie maken? En wat als ik de bal niet heb? Moet ik direct de bal weer afpakken? En hoe doe ik dit dan? Op straat is er geen trainer aanwezig die zegt hoe het moet, kinderen moeten dan hun cognitie gebruiken om zelf tot oplossingen te komen (Cognitieve taak). Hierdoor hebben ze eigenlijk geen ruimte meer over om ook nog eens te bedenken hoe je de bal moeten controleren (motorische taak). Waardoor de basistechnieken (motorische taak) automatische mee ontwikkeld wordt.

Natuurlijk gaat deze ontwikkeling hand in hand met de uren dat kinderen op straat voetballen en tegen wie ze voetballen. Maar dat kleine partijspelletjes (straatvoetbal) goed zijn voor het opleidingen van voetballers ben ik van overtuigd, zeker als we het vanuit cognitief perspectief bekijken. Rinus Michels zegt dan ook terecht: waarin de jeugdspeler met vallen en opstaan onbewust (Dual Task) hun technische, tactische, mentale en fysieke kwaliteiten ontwikkelen om een partijtje te spelen. 

De Footbonaut
Max Verstappen