2 minutes reading time (462 words)

Werkgeheugen ontwijken (C-M-C lus)

43

In de literatuur is veel te vinden over executieve functies en het werkgeheugen. Zo is er al veel gepubliceerd en lopen er veel onderzoeken. Ross en Alloway hebben een boek geschreven over het werkgeheugen. De functie van het werkgeheugen en sport wordt hierin ook uitgebreid besproken.  

Alloway en Ross stellen eigenlijk dat het werkgeheugen in veel sportieve situaties gebruikt wordt.
Het werkgeheugen stelt je namelijk in staat om informatie die door de zintuigen worden opgepikt tijdelijk op te slaan en te bewerken. Hierdoor ben je instaat om een strategie te bedenken in een wedstrijd. Het werkgeheugen is ook verantwoordelijk voor concentratie en focus. Dit is cruciaal voor succes bij sporters. Maar dat er ook situaties zijn dat het werkgeheugen juist het beste 'uitgeschakeld' kan worden.. Maar waarom zouden sporters nu het werkgeheugen juist moeten uitschakelen?

In het boek wordt het voorbeeld genoemd van het leren skiën. De skileraar geeft zijn leerlingen meerdere instructies om het beste veilig naar beneden te komen. Eenmaal op de piste probeer je alle instructies als een checklist te gebruiken. Dus armen check, knieën check, stokken check en na de eerst beste bocht lig je al. Maar wat er gebeurt er nu in de hersenen? De serie instructies worden in het werkgeheugen verwerkt dat gelegen ligt in de prefrontale cortex. Vervolgens gaat deze instructie naar het cerebellum, het coördinatiecentrum van de hersenen om de beweging te 'programmeren'. Tot slot stuurt het cerebellum de instructies door naar de motorische cortex, die de spieren opdraagt om te bewegen in overeenstemming met de instructie.

Het is dus zaak om in dit soort situaties het werkgeheugen even aan de kant te zetten. Volgens Alloway en Ross maak je dan gebruik van het Cerebellum-motorische cortex lus (c-m-c lus). Deze lus wordt geactiveerd op het moment dat het werkgeheugen overgeslagen wordt. Dus je niet aan het nadenken bent over bewegingen maar het juist aan het ervaren bent. De informatie die binnenkomst vanuit de zintuigen worden dus direct verwerkt in het cerebellum om vervolgens de informatie te versturen naar de motorische cortex.

Je werkgeheugen heb je dus niet altijd nodig in sport specifieke situaties, voornamelijk tijdens het aanleren van basisbeweging zit het werkgeheugen in de weg en is het beste om op je gevoel te vertrouwen. Dus niet nadenken hoe je de beweging moet uitvoeren maar juist een methode verzinnen waarbij het werkgeheugen uitgeschakeld wordt. In het boek worden ook voorbeelden genoemd om het werkgeheugen uit te schakelen. Zo kunnen angst en vermoeidheid ervoor zorgen dat het werkgeheugen minder kan functioneren.

Maar hoe gebruik je nu deze kennis in de praktijk? Lees hier hoe je bijvoorbeeld oefenstof kunt omdenken. Ook ondersteunt deze theorie de dual task oefeningen, die ervoor zorgen dat het executieve systeem waaronder het werkgeheugen niet gebruikt wordt gedurende het aanleren van bewegingen. Hier later meer over.. 

MVV deel 2
Angst deel 1