3 minutes reading time (661 words)

Lees hier alles over breinfuncties en verschillende Sporten

111

Anno 2018 wordt er steeds meer duidelijke over de menselijke 'controle functies'. Bjoern Krenn en zijn collega's hebben uitgezocht welke verschillen er zijn tussen Executieve functies en sporten..

De wetenschap begint steeds meer interesse te krijgen in het brein en de invloed ervan in het dagelijks leven en in de sport. Onderzoekers proberen doormiddel van neuropsychologische testen het gedrag van mensen / sporters te begrijpen. Toch zijn er verschillende tegenstrijdige studies over de invloed van cognitie en sportprestaties. Sommige onderzoekers suggereren dat teamsporten of het veel spelen van video games geen enkel effect heeft op cognitieve functies als aandacht, geheugen capaciteit en intelligentie. Hier tegen over staat dat experts in schaken of teamsporten beter zijn in het herkennen patronen in vergelijking met amateurs. Veel van deze onderzoeken zijn erg basaal als het gaat om de cognitieve functies. In het onderzoek van Bjoern Krenn wordt er gekeken naar Executieve vaardigheden. Deze con­trolefuncties begeven zich in het voorste gedeelte van de hersenen (Prefrontale schors). Dit gebruiken wij mensen dagelijks bij het stel­len van doelen en intenties, plannen, prioriteiten stellen, het overzien van beslissingen, beheersen van impulsen (Inhibitie), maar ook bij het evalueren en zelfregulatie. In deze studie wordt er een voorbeeld gegeven van het gebruik van executieve vaardigheden bij een professionele tennisspeler. Tijdens het spelen van een tenniswedstrijd moet een speler(ster) zich focussen op de bewegingen van de tegenstander. Daarnaast zal hij of zij negatieve gedachten moeten remmen (Inhibitie). Eveneens zal er ook tactisch gedacht moeten worden om de tegenstander 'pijn' te doen. (Werk geheugen). Als laatste zullen deze tactische keuzes ook snel gewijzigd moeten worden gedurende het spel (cognitieve flexibiliteit).

Maar welke Executieve vaardigheden zijn van invloed tijdens verschillende sporten? Om deze vraag te beantwoorden definiëren de onderzoekers drie soorten sport. Als eerst zijn er de statische sporten: Boogschieten, Klimmen, Atletiek, Gymnastiek, schieten, schaatsen, zwemmen, triatlon en gewichtheffen. Vervolgens omschrijven ze een tussen categorie met sporten als: alpine skiën, badminton, biatlon, bobslee, kanoo, vechten, moderne penthatlon, mountain biking, skeleton, ski springen en tennis. De derde groep sporten zijn de strategische sporten als: Beach volleyball, fistball, flag football, ice hockey, zeilen en volleybal. De hypothese is dat strategische sporters hoger scoren op executieve functies als Inhibitie, werkgeheugen en cognitieve flexibiliteit. Dit in vergelijking met statische sporten omdat ze sneller moeten aanpassen aan dynamische situaties.

Met de onderzoekstudie van Bjoern Krenn en zijn collega's deden 184 Oostenrijkse (top)atleten mee (110 mannen, 64 vrouwen). De gemiddelde leeftijd was 23,2 jaar en sporters presteren allemaal op het hoogste niveau van Oostenrijk. Om de verschillen en Executieve vaardigheden aan te tonen zijn de Flanker task (Inhibitie en cognitieve flexibilieit) en 2 backs task (Werkgeheugen) gebruikt.

Uit de resultaten kan worden opgemaakt dat er duidelijke verschillen zijn tussen sporttypen. Strategische sporten hebben een groter voordeel in vergelijking met statische sporten in gemiddelde reactietijden, Inhibitie ( p=0.001) cognitieve flexibiliteit (p=0.001) en tot op zekere hoogte het werkgeheugen (p=0.068).

Concluderend kan er gesteld worden dat sporters van strategische sporten in het voordeel zijn als het gaat om Executieve functies. Dit in vergelijking met atleten van statische sporten en - tot een zekere mate - interceptieve sporten: ze toonden snellere reactietijd en cognitieve flexibiliteit evenals een hogere werkgeheugencapaciteit. Deze conclusie benadrukt het idee dat verschillende executieve functies verder ontwikkeld worden door een sportkeus.

Erg interessant om te lezen dat de sportkeus van invloed kan zijn op het executieve systeem. Het onderzoek van Bjoern Krenn en zijn collega's ligt in lijn met de studie van de Nederlandse onderzoekster Lot Verburgh. Zij heeft wetenschappelijk onderzoek gedaan naar breinfuncties en voetbalprestaties bij jeugdvoetballers (Strategische sport) op het allerhoogste niveau. De resultaten uit haar onderzoek zijn wisselend en een significant verschil is gevonden op 'motor inhibitie'.

Maar wat is de praktische relevantie van dit onderzoek? In mijn optiek biedt dit onderzoek weer aanknopingspunten waar oefenstof aan kan voldoen… Later meer over de praktische relevantie.

Krenn, B., Finkenzeller, T., Würth, S., & Amesberger, G. (2018). Sport type determines differences in executive functions in elite athletes. Psychology of Sport and Exercise,38, 72-79. doi:10.1016/j.psychsport.2018.06.002

Lees hier alles over Sportbrein en Excelsior.
De Gelderlander:'Timo Kleinhesselink laat lichtjes...