6 minutes reading time (1283 words)

Ontdek hier hoe je een Voetbaltalent kunt testen

75

Even een klein uitstapje naar talentidentificatie, waarbij het Sportbrein ook van cruciaal belang is. Wat is een voetbaltalent en hoe goed is een speler nu daadwerkelijk? Wetenschappelijk onderzoek geeft veel duidelijkheid. Lees hier hoe een talent getest kan worden…

Voetbal is een veelzijdige sport, en er zijn veel factoren die mede bepalen of een wedstrijd winnend of verliezend wordt afgesloten. De kwaliteit individuele speler is een belangrijke factor. Hoe goed een speler is hangt af van verschillende indicatoren. Maar wat zijn deze indicatoren? Er zijn verschillende onderzoek gedaan naar talent en talent identificatie. Een belangrijk onderzoek is gedaan door: Viswanath Unnithan , Jordan White , Andreas Georgiou , John Iga & Barry Drust (2012) Talent identification in youth soccer, Journal of Sports Sciences, 30:15, 1719-1726, DOI: 10.1080/02640414.2012.731515. Dit onderzoek omschrijft verschillende voorspellers.

De bovenstaande illustratie laat zien dat er vele voorspellers zijn voor een voetbaltalent. Een trainer/coach of ouder kunnen op verschillende manieren invloed uitoefenen op de bovenstaande indicatoren. Zo is een trainer/coach veel al bezig met psychologische, preceptuele-cognitieve vaardigheden, persoonlijkheid, sociologische en fysiologische factoren. Dit is het gehele plaatje, natuurlijk speelt leeftijd ook een belangrijke rol.

Lange tijd werd gedacht dat hersenen rond het twaalfde jaar, zo goed als volgroeid zijn. Recente onderzoeken wijzen uit dat hersenen zich tot ver na het twintigste jaar door ontwikkelen. Bepaalde hersensystemen zijn klaar in de kindertijd, zoals de systemen die nodig zijn voor simpele motorische vaardigheden. Pas in de midden en late adolescentie ontwikkelen de complexe hersensystemen zich. Zo hebben kinderen van tien tot veertien jaar minder plannings- en keuzevaardigheden dan volwassenen. Belangrijke gebieden in de hersenen worden pas op latere leeftijd ontwikkeld. Dit is bijvoorbeeld nodig voor visueel-ruimtelijk waarnemen en tegelijk het verwerken van een verbale opdracht en de complexe motorische handeling die daar het gevolg van is. Het is dan ook essentieel dat er niet alles van een talent verwacht kan worden. Om deze reden heeft de KNVB ook verschillende kenmerken geformuleerd voor elke leeftijdscategorie.

Nu zijn de meeste voorspellers te meten met verschillende instrumenten. Barbara Huijgen is in 2013 gepromoveerd aan de Rijksuniversiteit Groningen. In haar proefschrift heeft ze onderzoek gedaan naar het inzichtelijk maken van een voetbaltalent. Hiervoor heeft zij verschillende testen gebruikt:

Tactische vaardigheden:
Onderzoeker Gemser ontwikkelde – in samenwerking met een groep van 19 hockey/voetbal trainers een vragenlijst om de tactische vaardigheden van jonge spelers te beoordelen. Dat leidde tot de Tactical Skill Inventory for Sports (TACSIS). De test meet zowel het 'weten wat je moet doen' als 'het doen' zelf. Er worden vier elementen beoordeeld:

- positie kiezen en besluitvorming;
- inzicht in acties met de bal;
- inzicht in anderen;
- omgaan met veranderingen.

De vraag is of spelers die dit soort schriftelijke vragen aan tafel in de kantine het beste beantwoorden, ook op het veld de juiste keuzes maken. "Dat blijft natuurlijk lastig, maar uit het onderzoek blijkt dat de test echt betrouwbaar is en bovendien onderscheid maakt tussen spelers van verschillende prestatieniveaus. Wie 'op papier' het beste inzicht toont, laat dat ook in zijn of haar spel zien".

Technische & Fysiologische factoren:
In het huidige voetbal worden hoge eisen gesteld aan de fysiologische en technische kwaliteiten van de spelers. Vooral sprints over korte afstanden (5-10 meter) komen vaak voor. Deze sprints worden niet altijd in rechte lijn uitgevoerd; in wedstrijden wordt tijdens het sprinten juist veel gedraaid en gekeerd. Bovendien dienen spelers in staat te zijn om kort na elkaar dergelijke sprints uit te voeren; zowel zonder bal als met de bal aan de voet.

Met de Shuttle Sprint en Dribbel Test worden deze kwaliteiten gemeten: de sprintsnelheid over korte afstanden waarbij ook wendbaarheid een rol speelt en de herhaalde sprintsnelheid waarbij onder toenemende vermoeidheid dezelfde sprints kort na elkaar uitgevoerd worden. Ter bepaling van de fysiologische kwaliteiten worden de sprints zonder bal uitgevoerd; ter bepaling van technische kwaliteiten nemen de spelers tijdens de uitvoering van de test de bal mee aan de voet. Als een speler de controle over de bal verliest, is dit terug te zien in de tijden.

Naast rechte sprints moeten spelers ook veel van richting veranderen. Deze technische factor is te meten met de Shuttle sprint en slalom test. Bij de 30m Slalom Sprint en Dribbel Test 'zigzaggen' de spelers rond 12 pylonen die op 2 meter afstand van elkaar staan. De spelers voeren de test 2 keer uit: als sprint en als dribbel. Gemeten wordt in hoeverre spelers in staat zijn om snel te sprinten over een afstand van 30 meter waarbij ze 12 keer van richting moeten veranderen. Bovendien wordt gemeten hoeveel tijd spelers extra nodig hebben als de bal aan de voet meegenomen moet worden; een indicatie voor de technische kwaliteiten.


 Beslissingen en passing

Tijdens wedstrijden dienen spelers onder tijdsdruk keuzes te maken zonder dat daarbij de nauwkeurigheid van de uitvoering van voetbalvaardigheden vermindert. De Loughborough Soccer Passing Test meet de passvaardigheid van spelers in een situatie waarin spelers keuzes moeten maken op basis van auditieve informatie. Ali et al., (2007) heeft onderzoek gedaan na de LSPT en het is gebleken dat elite spelers beter scoren op de LSPT test dan de niet-elite voetballers. (Elite: 43.6 s, s= 3.8; niet elite: 52.5, s=7.4 P=0.0001). De gemiddelde leeftijd uit het onderzoek (elite: 20.5, s=2.0; niet elite: 20.2, s= 1.5). Elke speler wordt vervolgens gemeten aan de hand van de LSPT-test. Elke speler krijgt eerst een oefentrial op vier kleuren. Daarna start de speler met de eerste trial, de kleuren worden genoemd door testleider. De kleur wordt genoemd wanneer de bal de voet verlaat. Alle spelers doen trial één in volgorde, daarna trial twee in dezelfde volgorde. De snelheid van de spelers wordt uitgedrukt in seconden.. Spelers krijgen vijf strafseconden voor het totaal missen van de bank, drie seconden voor het missen van het gekleurde papier, twee seconden voor het passen buiten het toegestane gebied, twee seconden als de bal een pion raakt, ééns seconde voor elke seconde die de speler langer over de test doet dan 43 seconden. Als de speler het aluminium raakt dan gaat er een seconde van de totale tijd af.


Er zijn vele testen om talent inzichtelijk te maken. Inmiddels heb ik al vele jaren ervaring met de bovenstaande testen. Tijdens de Minor Sport Performance Enhancement hebben we de testen toegepast in de praktijk. Zo heb ik testen afgehouden bij de jeugd van NEC, JVC Cuijck JO17-1, MVV JO17-1, Maastricht United JO17-1 en AZSV JO15-1. Kortgeleden heb ik ook de talenten van Pancratius JO10 getest. Het mooie van de bovenstaande testen is dat er veel data beschikbaar is. Op deze manier is er een benchmark en kun je spelers vergelijken met leeftijdsgenoten. Vervolgens kan er ook gericht advies geformuleerd worden voor een individu of als team. Om de data zo betrouwbaar mogelijk te maken kunnen SMARTGOALS gebruikt worden. SMARTGOALS zijn kleine poortjes waarop ledverlichting zit. Deze ledverlichting gaat branden zodra je door de poortjes heen dribbelt of de bal erdoor heen speelt. Op dit moment gaat er op een nieuw poortje de ledverlichting branden. Middels een app kunnen de tijden digitaal gemeten worden.

De uitkomsten van de testen geven aan waar de spelers momenteel staan en waar verbeteringen mogelijk zijn. Het zegt echter niks over de groeipotentie! Dit is van veel factoren afhankelijk (Zie voorspellers). Hoogleraar Jelle Jolles is gespecialiseerd in hersenontwikkeling en geeft het volgende duidelijk aan:

Kinderen die achter lijken te lopen, kunnen dit in een later stadium inhalen. Zij kunnen uiteindelijk meer groeipotentie blijken te hebben dan leeftijdgenoten die deze vaardigheid in een eerder stadium al goed beheersen'. Om dit mooi te illustreren gebruikt Jolles de volgende metafoor; "Een langzaam groeiende boom kan uiteindelijk de hoogste boom worden" (De voetbaltrainer, 2015).

Bij de Jeugd van NEC heb ik destijds ook meegewerkt aan de bovenstaande talentonderzoeken, bekijk hier de uitleg over deze testdag:

Een Filosofie achter het Topsportbrein..
Dit is wat er gebeurt in het Brein bij Extreme Spo...